De uitzendkracht en de WIA: stand van zaken

  Cijfers en Onderzoek

Re-integratie van zieke uitzendkrachten vraagt om een eigen aanpak. De aanpak binnen andere branches kun je niet zomaar kopiëren. Stichting Arbo Flexbranche (STAF) heeft daarom een aantal onderzoeken laten uitvoeren. De belangrijkste conclusies daarvan staan hier op een rij.

Download hier het volledige rapport De uitzendkracht en de WIA (pdf)

Arbeidsongeschiktheid

Uit onderzoek (Flexibele dienstverbanden en het beroep op de WIA - 2013) van UWV blijkt dat uitzendkrachten een groter risico lopen om na 2 jaar in de WIA in te stromen. Gemiddeld lopen vaste werknemers een risico van 3 op de 1.000 om in de WIA te komen. Voor uitzendkrachten (gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken) is deze kans ruim 2 keer zo groot, namelijk bijna 7 op de 1.000. Een reden hiervoor is dat er voor tijdelijke werknemers geen laagdrempelige re-integratieplek voorhanden is, waardoor herstel en re-integratie worden belemmerd. In navolging van de opvallende cijfers is er een intensieve samenwerking tussen UWV en uitzendbureaus gestart om de instroming in de WIA tegen te gaan. Hiervoor is het Convenant 'Beter aan het werk' getekend.

De belangrijkste conclusies over uitzendkrachten en de WIA

In de eerste helft van 2011 was 6% van de personen die een WIA-aanvraag doorzetten uitzendkracht. Op zich is het aandeel van uitzendkrachten in het totaal aan WIA-aanvragers niet groot. Wel is dit aandeel meer dan twee keer zo groot als hun aandeel in het WIA-verzekerde deel van de beroepsbevolking. Uitzendkrachten hebben dus een relatief grote kans om bij de poort van de WIA terecht te komen.

Niet-duurzaam volledig arbeidsongeschikt

Maar eenmaal daar aangekomen is de kans dat hun aanvraag wordt toegekend 20% kleiner dan die van vaste werknemers met dezelfde kenmerken. Bovendien komen ze vaker dan anderen in de categorie “niet-duurzaam volledig arbeidsongeschikt” (WGA 80-100) terecht. Uitzendkrachten die volledig arbeidsongeschikt verklaard zijn, komen dus minder vaak dan andere groepen werknemers in de IVA terecht. Het onderzoek laat zien dat de IVA-kans bij volledig arbeidsongeschikte uitzendkrachten 45% lager is dan bij vaste werknemers met dezelfde kenmerken.

Vanuit de niet-duurzaam volledige arbeidsongeschiktheid hebben uitzendkrachten een kans om arbeidsgeschikt verklaard te worden die bijna drie keer zo groot is als die van vaste werknemers. Ten opzichte van zogenoemde eindedienstverbanders wijken uitzendkrachten ongeveer even sterk af. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de persoonlijke en medische kenmerken van uitzendkrachten verschillen van die van andere typen werknemers. Er zijn steeds personen vergeleken die gelijk zijn wat betreft leeftijd, sekse, opleiding, loon, diagnose, aantal functionele beperkingen, het hebben van een urenbeperking en objectiveerbaarheid van de aandoening.

Grotere kans afwijzing WIA-aanvraag

Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat uitzendkrachten in vergelijk met andere herkomstgroepen, met name vaste werknemers en eindedienstverbanders, een grotere kans hebben op afwijzing van hun WIA-aanvraag, een grotere kans op niet-duurzaam volledige arbeidsongeschiktheid en grotere kans om vanuit niet-duurzaam volledige arbeidsongeschiktheid hersteld verklaard te worden.

Mogelijke verklaringen

Met de komst van de Wet BeZaVa is verder onderzoek naar de factoren die de afwijkende positie van uitzendkrachten kunnen verklaren van extra groot belang voor zowel UWV als voor de uitzendbranche. Die factoren bieden immers aangrijpingspunten om het risico op langdurig verzuim en arbeidsongeschiktheid te voorkomen.